The Maier Files | Otto Maier en project Nornir
16571
post-template-default,single,single-post,postid-16571,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-7.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.11.2,vc_responsive

Otto Maier en project Nornir

Geheimprojekt Nornir

12 Apr Otto Maier en project Nornir

Geheimprojekt Nornir

Het was in de beginjaren veertig dat Otto Maier begon te werken aan een geheimproject met de codenaam “Nornir”. Stel je voor, een topgeheim en vreemd project op een verborgen locatie midden ergens in de Harz regio. Om te begrijpen waar het project Nornir precies om draaide en wat de doelstellingen nu juist waren moet je je eerst kunnen inleven in het oud germaans wereldbeeld en universum.

De Noorse spirituele kosmos wordt door de meeste ‘moderne’ mensen gezien als een complex en lastig te begrijpen universum. Maar met wat goede wil valt dit zeker te snappen. In het kort samengevat staat er in het centrum van deze kosmos een es, Yggdrasil (uitgesproken als “IG-droeh-sill”, Oud Noors Askr Yggdrasils). Deze machtige es groeit uit de put of bron van Urd (Oerd). In het Noorse universum bevinden zich in de takken en wortels van Yggdrasil negen werelden waaronder Midgard, het mensenrijk.

Yggdrasil wil eigenlijk zeggen “de es van het paard van Yggr.” Yggr betekent “De vreselijke” en is een bijnaam van Odin. Het paard van Odin is Sleipnir. Dit lijkt misschien een verwarrende naam voor een boom, maar het wordt logisch als je de boom aanschouwt als een weg tussen de verschillende werelden. Dit thema komt voort uit het Indogermaans sjamanisme. Welnu, Odin rijdt dus met Sleipnir op en neer over Yggdrasil en via de takken bezoekt hij steeds opnieuw de negen werelden.
Je moet je Yggdrasil voorstellen met onderaan de stam en dicht bij de wortels zoals gezegd de bron van het Lot, Urd. Bij Urd zie je drie maagden zitten, zij heten de Nornen, en die kerven Runen in de boom. Naast de verschillenden bewoners van de negen werelden leven er nog vele andere wezens in, op of onder de boom zelf. Als je naar de kruin kijkt zie je bovenaan op de hoogste takken een adelaar zitten. Kijk je terug naar beneden zie je verscheidene draken in de vorm van slangen. Er is een heel bijzondere slang tussen hen, namelijk Nidhögg, die knaagt aan de wortels Yggdrasil. Als je weer wat hoger kijkt zie je een opmerkelijke eekhoorn, Ratatosk. Ratatosk brengt boodschappen van Nidhögg naar de adelaar (vermoedelijk kwaadwillende berichten). Voorts knabbelen er vier herten, Dain, Dvalin, Duneyr en Dyrathror, aan de hoogste scheuten van de boom.

Yggdrasil en de Bron van Urd werden zeker niet gezien als een fysieke locatie, maar konden gevonden worden in het onzichtbare hart van alles en nog wat. In de Micro en de Macro wereld. Fundamenteel, drukt dit beeld nu juist perfect het inheems Germaans perspectief uit met betrekking op de concepten van tijd en het Noodlot waarbij het verleden noch toekomst schijnen vast te liggen.
Paul Bauschatz beschrijft in zijn werk “The Well and the Tree” dat deze filosofie ook in de taal van de oer-Germaan ingebakken zit en specifiek in de werkwoordvervoegingen, waarvan je de grondprincipes nog steeds kan vinden in onze moderne Germaanse talen. In plaats van een uitdrukkelijke toekomst, wordt het eerder een “intentie” of “noodzaak”. In plaats van een specifieke toekomende tijd zoals in Romaanse talen wordt er een aantal werkwoorden in de tegenwoordige tijd, in combinatie gebruikt om iets wat lijkt op toekomst te wijzen, zoals bijvoorbeeld “zullen” of “gaan” in het Nederlands. Maar laten we deze even boeiende materie bewaren voor later een ander artikeltje.
Terug naar Urd, wat in het Germaans wereldbeeld overeenkomt met “de verleden tijd”. Het is een reservoir van voltooide acties of gestarte acties die nog lopende zijn en die de boom voeden en zo een invloed hebben op zijn groei. Yggdrasil, de boom op zijn beurt correspondeert met de tegenwoordige tijd, wat hier en nu wordt gerealiseerd. Hoe zit dat dan met dat voornemen, toekomst en noodzaak, hoor ik je vragen. Wel dit is het water van de bron dat zich door de boom omhoog werkt. Het wordt uit de put opgezogen in de boom en druipt dan als dauw van de bladeren van de boom terug in de bron, Urd waar het dan weer opgenomen wordt in de boom.
Hier is de tijd dus cyclisch in plaats van lineair. Het Nu keert terug naar het verleden, waar het met terugwerkende kracht het verleden verandert. Het nieuwe verleden, op zijn beurt, wordt geabsorbeerd in een nieuw heden, waarvan de originaliteit een uitvloeisel is van het geven en nemen tussen het water van de put en het water van de boom. Dit zorgt voor een perfect denkkader waarbinnen we de Germaanse weergave van het lot kunnen begrijpen.
De Nornen, die leven aan de bron Urd, zijn de eerste om het lot te schetsen, het noodlot van alle wezens die in de negen werelden van Yggdrasil leven van mensen naar slakken tot goden en reuzen. Maar in tegenstelling tot het Griekse begrip van het noodlot, hebben alle wezens die onderworpen zijn aan het noodlot in een zekere mate toch een keuzevrijheid in het vormgeven van hun eigen lot en het lot van anderen – dit is de dauw die terugvalt van de takken van de boom in de put. Alle wezens doen dit passief; diegenen die magie beoefenen (de zieners, heksen, magiers, runebezweerders, tekenaars, troubadours, sjamanen etc.) doen dit actief.
In feite zou men met bijna zekerheid kunnen stellen dat “Magie” zoals deze voorkomt in de weinige overgebleven annalen uit de oude Germaanse samenlevingen, een proces is voor meer controle te krijgen over het noodlot. Er is geen absoluut vrije wil, net zoals er geen absoluut onveranderlijk lot is; In plaats daarvan wordt het leven ergens tussen deze twee uitersten “beleefd”. Een verdere uiteenzetting over het begrip Lot bewaren we voor in een ander artikeltje.
Wanneer we de elementen van tijd en het lot bij elkaar beschouwen, komen we aan bij een boeiend en meeslepend model van het proces van de schepping zelf. De Noorse mythologie bevat wel een verhaal dat kan worden beschouwd als een scheppingsverhaal, maar dat vertelt slechts de oorspronkelijke vormgeving van de kosmos. In het beeld van Yggdrasil en de bron van Urd, vinden we de eeuwige voortzetting van de schepping. De schepping is een continu proces waarbij alles, van een godin tot een ​​stofje, deelneemt en een rol vervult. In het ons nu meer bekende christelijke model van de schepping, is er één wezen (God) en die maakte de wereld op een specifiek moment in het verleden in zijn eentje en in een enkele handeling. Als gevolg daarvan, kunnen we alle wezens enkel maar beschouwen als zijn ‘schepping’ en bepaald door zijn almachtige wil. Daarentegen beweert het Germaanse model impliciet dat we allemaal geschapen scheppers zijn die deel uitmaken van het verdere scheppingsproces van werelds onophoudelijke heruitvinden van zichzelf, en wanneer we dat zelf willen, dit scheppingsproces zelf kunnen beinvloeden. Door het heden kan je het verleden veranderen en het eigen noodlot. Verleden noch toekomst liggen dus vast …



Read previous post:
argenteum astrum
The legacy of the spook Crowley

ARGENTEUM ASTRUM A∴A∴ should ring a bell to anyone who ever got in touch with the occult secret societies of...

Close