The Maier Files | De Geheimen van de Minne
16364
post-template-default,single,single-post,postid-16364,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-17.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive

De Geheimen van de Minne

minnestreel - Frans Vleeminckx

De Geheimen van de Minne

minnestreel - Frans Vleeminckx

 

Wie waren de hoeders van de vergeten kennis?

De schrijver Aventinus verklaarde dat de Minne of de Minnezanger niets te maken had met liefde of hofmaking. Minne betekent “herinneringen”. De sonnetten en oude liederen brengen een laatste eer aan de oude koningen of helden, aan de trotse geschiedenis van een volk en hun diepgewortelde geheimen. In deze liederen kan men een verborgen kennis vinden … Troubadours zoals Wolfram von Eschenbach bestempelden bijvoorbeeld Sibilla als Pythia, een profetes, van de Graal en ze woonde in een magische berg. Een Pythia was de hogepriesteres van de cultus van Apollo in Delphi. (Komt van Pythos = slang). Zelfs in Italië is er een verhaal over “de dame van het meer”, die bekend stond als de oude wijze Sibyl. Ze woonde in een holle berg met slangen. Zoals de midden- duitse, Holde op de berg Meissner. De grot was vanuit het stadje Norcia in Umbria toegankelijk, – een plek waarvan voor lang geloofd werd dat het bewoond werd door heksen. Ook opmerkelijk is het feit dat de Ostrogoten, voor een relatief korte tijd, over Rome regeerden en dat de naam van de koninklijke gotische dynastie Amaler heette. Hun voorouders werden naar verluidt “goden” genoemd die de Ansis of Asen waren. Deze dynastie was in bezit van een gotische schat, waarvan de Graal deel uitmaakte.
In de heidense tijden aanbeden de mensen, de woonplaats van de goden onder namen zoals Asgard de verblijfplaats der goden, of Hel, het goddelijke rijk van Frau Hel, domein van de dood. Deze plaatsen werden bezongen door de ketters en troubadours in de Middeleeuwen. Deze wonderlijke oorden werden beschreven als de ‘Graalberg’, ‘Rosenhof’, ‘Arthur’s Ronde Tafel’, ‘berg van Venus’ of vurige ‘Belberg’. (De berg Bel waarin Dietrich van Bern zich een weg baande). Deze wonderlijke plaatsen werden beschouwd als “de hoogste beloning van de aardse verlangens”, en waren, met de woorden van Wolfram von Eschenbach, altijd de doelstellingen van een queeste.
Maar dat is nog niet alles: wat de Grieken van de heidense tijden aanzagen als het eiland AEA, waar de Argonauten en Heracles naartoe zeilden, was niets anders dan de Helleense weerspiegeling van Asgard. Dus een afspiegeling van het middeleeuwse Graal Paradijs, de ronde tafel van Artus, de rozentuin en de Berg van Venus.
Wanneer Laurin, de koning van de rozentuin, Dietrich von Bern het geheim van de vuurberg toevertrouwde, wees hij hem op de route die hij moest nemen: een noordwaartse koers, een hel (klaar) en goed getraceerd pad” … Het moet wellicht een van de oude amberpaden geweest zijn …